Een stukje geschiedenis van het Schoutenhuys

Florens van Adrichem, rentmeester en schout van Texel, meldde in 1370 aan zijn Heer, de graaf van Blois in Schoonhoven dat hij een nieuw huis liet bouwen met twee kelders die gewelven hadden, een kleedkamer en een grote kamer met daarboven een zolder.

Van de voorgevel is bekend dat ze versierd was met beelden van Sint Joris en Johannes de Doper.
In maart 1571 kwamen de watergeuzen op Texel. Zij hielden hier rooftochten (het zogenaamde brandschatten) en daardoor ging ook het schoutshuis of rentmeestershuis verloren. Slechts de kelders en waarschijnlijk de voorgevel bleven gespaard.

In 1611 werd de eerste steen voor herbouw gelegd. Er werd een rechtshuis en een schoutshuis gebouwd. Het rechtshuis werd links van de oude rentmeesterswoning gebouwd en het schoutshuis kwam voor de veertig jaar eerder afgebrande woning.

In 1661 werd het huis door Domeinen verkocht aan schout Hendrick de Gooijer die de voorgevel in 1669 wijzigde in Hollandse renaissance stijl en de grote hardstenen toegangspoort liet plaatsen.
De meer dan vier eeuwen oude kelders hebben tot ± 1841 dienst gedaan als gevangenis. De twee donkere kelders met gewelven werden door de schout aan de gemeente verhuurd en stonden in de volksmond bekend als ‘Koning David’. Na 1894 kreeg het gebouw een trapgevel.

In de gevel van de schoutenzaal zijn de wapens van Den Burg en Texel aangebracht, nog afkomstig uit het oude rechtshuis. Sinds 2011 is het mogelijk om in de Schoutenzaal te trouwen. 

 
 
 


powered by hotelwebservice 2012