Daar bij die molen, die mooie molen …

De vorige keer hadden we het over de molen van Het Noorden. Daar valt natuurlijk nog een heel verhaal over te vertellen. Je kunt niet echt zeggen dat hij de horizon domineert. Dat klinkt ook zo negatief. Maar je kunt hem wel al van verre zien staan. Hij staat daar natuurlijk ook wel erg mooi, midden in de polder, op zijn eigen eilandje, omringd door water. Een beetje eenzaam soms. Hij heeft op het moment ook niet zoveel aanloop, want in afwachting van een grote opknapbeurt staat hij alweer een behoorlijk tijdje stil. Best jammer, want het is een schitterend gezicht als hij draait, met de kop naar de wind, de zeilen klapperend aan de wieken. Binnen staat dan alles te schudden en te kraken en je kunt je voorstellen hoe het molenaarsgezin met luide stem moest spreken om boven het geraas uit te komen. Binnen en buiten lopen was bovendien riskant, met die molenwieken die met grote snelheid langs de deur zwiepten.

Tegenwoordig zwiepen er helaas alleen nog maar paardenstaarten, maar er is hoop.

Tegenwoordig zwiepen er helaas alleen nog maar paardenstaarten, maar er is hoop.

Toch stond het gezin van molenaar Dekker bekend als bijzonder gastvrij. Iedereen was altijd welkom, er werd gelachen, koffie geschonken en vooral ook veel gepraat. In die beginjaren was de molen het centrum van de nog jonge polder. We spreken eind negentiende eeuw, de grond was weinig waard, de landbouwcrisis had toegeslagen en het zou nog jaren duren voor de grond zelfs maar verkaveld was. Wilde verhalen doen de ronde over deze tijd. Ze zijn niet allemaal even waar, maar dragen wel bij aan de romantiek van deze kant van het eiland, die inmiddels vrijwel helemaal tot natuurgebied is verklaard.

Niet uit de tijd van Floris Dekker, maar toch ook geen foto van vorig jaar.

Niet uit de tijd van Floris Dekker, maar toch ook geen foto van vorig jaar.

De zoon van deze eerste molenaar, Floris, werd een legendarisch figuur. Niet alleen was hij beurtschipper en bouwde hij zijn eigen aanlegsteiger, ook woonde hij een tijdlang in de kajuit van een schip en stichtte hij het Prins Hendrik Hotel. Hij noemde dit naar prins Hendrik van Mecklenburg, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, die in die dagen een grote rondreis maakte langs de Zuiderzee. Waarschijnlijk hoopte Dekker op deze manier extra aandacht te genereren voor zijn nieuwe onderneming, die zich vooral richtte op dijkwerkers, beurtschippers en rondreizende boerenknechten. Net als de molen was het hotel voorzien van een ruime goot en een grote waterput, om te kunnen voorzien in de zoetwatervoorziening van de buurt. De drooggelegde grond was nog steeds bremzout, wat uiteraard zijn effect had op het grondwater. Met zijn wilde ideeën – zo wilde hij naar Amerikaans voorbeeld een kabelbaan bouwen van het hotel naar de zee – schopte Dekker het tot in de gemeenteraad en zijn ingezonden brieven in de Texelsche Courant zijn nog altijd de moeite van het lezen waard. In zijn hotel verzorgde hij lezingen, voordrachten en toneelvoorstellingen en langzaam verplaatste het middelpunt van de polder zich van de molen naar het hotel.

Na de zomer wordt begonnen met de renovatie.

Na de zomer wordt begonnen met de renovatie.

Het zal trouwens nog wel even duren voordat de woning in de molen weer te bezoeken is. Maar als alles volgens plan verloopt, wordt na de zomer begonnen met de restauratie. De nieuwe eigenaar, Natuurmonumenten, zal daar nog een hele kluif aan hebben. Het gaat om zeer groot onderhoud, dat zo elke 20 of 30 jaar moet gebeuren. Niet alleen moet een groot deel van de rieten kap vervangen worden, ook de wieken moeten vernieuwd. Het geld heeft Natuurmonumenten al bij elkaar, dus als u zo in september of oktober weer eens in de buurt bent, is de kans groot dat u de molenmakers aan het werk ziet. Zo aan het eind van de winter, volgend voorjaar, moet hij weer in bedrijf zijn. Dan staat ook de deur van de molenaarswoning weer open voor bezoekers.

In alle jaargetijden even mooi: Molen van het Noorden.

Anders dan veel andere molens heeft de in 1878 gebouwde molen nooit een naam gekregen. Het bleef altijd gewoon “de molen van Het Noorden”. Natuurmonumenten is sinds eind vorig jaar eigenaar, toen de molen werd overgenomen van Vereniging De Hollandsche Molen, die hem al sinds 1970 in beheer had. In verband met de grote landschappelijke waarde is het een Rijksmonument en voor Natuurmonumenten was het een belangrijke aankoop. De molen is een markant punt aan de Vogelboulevard, die zich uitstrekt langs vrijwel de hele oostkust van het eiland. Direct achter de molen liggen De Bemes en De Bol, twee gebieden die nog volop in ontwikkeling zijn en die ook pas sinds kort door Natuurmonumenten zijn aangekocht. Ook het bemalingsgebouw naast de molen, daar gebouwd om de waterhuishouding van de polder nog beter te kunnen regelen, is nu van Natuurmonumenten. De molen werd in 1965 officieel buiten gebruik gesteld, maar kon eigenlijk 20 jaar eerder al vervangen worden door dit hulpgemaal. Dat hij er nog staat, is dan ook voor een groot deel te danken aan De Hollandsche Molen, die er veel tijd en energie in heeft gestoken. De vrijwillige Texelse molenaars hebben de molen steeds laten draaien. Zij gaan zich na de restauratie ook inzetten voor

Natuurmonumenten, dat zich niet alleen bezighoudt met natuur, maar ook met cultuur en cultuurhistorie.

Mooie club!

Bouke Weber