Gekleurde strandhuisjes op het Texelse strand

Het verlangen naar Texel (deel 3)

Verlangen naar de kneuterigheid van een strandhuisje

U verlangt stiekem alweer naar lange, warme lome zomerdagen op het eiland. Wat doen wij in de tussentijd? Wij brengen u in de sfeer met Texelse verkenningstips. Dit keer beschrijven we het leven vanuit een strandhuisje. Waarschuwing: na het lezen van dit verhaal kan het verlangen naar Texel als bijna ondraaglijk worden ervaren…

Heeft u op Texel uw stranddagen wel eens gesleten vanuit een strandhuisje?

Ik hoor u denken: die houten, zielloze, scheefstaande hokjes die van april tot en met september langs het strand staan? Hoe moet dat mijn verlangen precies gaan aanwakkeren?

U moet een keer meemaken hoe het is om tot de aller-allerlaatste minuut te genieten van het strand alsof het uw laatste dag op aarde is. De schaduwen van uw spelende kinderen met het uur langer te zien worden. In de schemer, met een slapend kindje op uw schouder over de nagloeiende klinkers naar uw auto te lopen. De allerlaatste te zijn die het strand schoorvoetend verlaat.

Ravotten in het water met het thuishonk in zicht.

Ravotten in het water met het thuishonk in zicht.

Wat gebeurt er dan met u, in zo’n strandhuisje?

Zodra u eerste kledingstuk aan het provisorische haakje hebt gehangen, een kleed ophangt dat dienst doet als gordijntje is dat huisje uw tweede huis. U voelt zich gewoon the king too rich. Ik, een man die hecht aan materie, merk bij Paal 17 hoe weinig ik nodig heb om gelukkig te zijn. Er staat een houten tafeltje en het koude water komt uit een tyleenslangetje, waar ik een douchekop aan vast heb gefröbeld. Ik houd van de luxe van hotels. Lekker eten in goede restaurants. In dat huisje sta ik op blootvoets te ‘skarrelen’ tussen spullen in strandtassen en eten in koelboxen. Dolgelukkig met al mijn kneuterigheid op 5 vierkante meter.

Niet zomaar een strandhuisje op het Texelse strand

Niet zomaar een strandhuisje op het Texelse strand

Ik ben lang niet de enige liefhebber.

Elke zomer verplaatsen de levens van honderden Texelaars zich naar hun strandhuisje aan de Noordzee. Zodra de bewoners zich er in nestelen, zie je schitterende, reilende en zeilende huishoudens ontstaan. Vooral de mensen met een eigen huisje, dat ze jaarlijks van opslag naar strand en weer terug vervoeren, verheffen het strandleven tot een kunstvorm. Oude keukens worden vakkundig aan de wand gemonteerd, wandjes krijgen de nieuwste VT wonenkleuren en er zijn opklapbedden, zodat het kleine grut er kan neerstrijken voor een middagslaapje. Voor de ramen hangen bloemetjesgordijnen en moeder kookt op een gasgestookte skottelbraai. Het platte, ééndimensionale beeldschermgenot van het gezin is ingeruild voor bodyboards, beachball en gejut hout.

Er wordt hard gewerkt om de strandhuisje op tijd op het strand te krijgen.

Er wordt hard gewerkt om de strandhuisje op tijd op het strand te krijgen.

Geheime kelders met pooltafels en walk-infridges

Het is verbazingwekkend wat we daar met zijn allen in die huisjes verzamelen. Je ziet bij een aantal mensen zoveel spullen voorbij komen, dat het onmogelijk lijkt te passen binnen de vier houten muren van het huisje. Ik ken mensen die er elk jaar met veel liefde en geduld een perzisch tapijtje uitrollen.

Er gaan geruchten dat onder een aantal van die huisjes een gigantische kelder schuilgaat. Met pooltafels en walk-infridges.

Hoe kun je als toerist ervaren hoe het is om van zonsopkomst tot zonsondergang bij je huisje te hangen en simpelweg te genieten? Je kunt bij elke strandpaal huisjes huren. Bijgeleverd: water, twee oude strandstoelen en, met een beetje geluk, een parasol. Bij Paal 17 kun je eten en drinken laten bezorgen en er is WiFi. Paal 33 is het enige Texelse Waddenzeestrand met huisjes. Deze zijn exclusief voor Texelaars met een eigen huisje en een vergunning. Er zijn meer strandpalen die een deel van de ruimte exclusief voor eigenaren hebben gereserveerd. Je herkent die plekken meteen; geen enkele van de Pippi Langkousachtige hokjes is hetzelfde en als je er langs loopt voelt het als een buurtje-buurtje. Als je een Texelse huisjeseigenaar kent, vraag dan of je een keer gebruik mag maken van zijn plek. Je weet niet wat je meemaakt.

Genieten van een meegebrachte maaltijd en wachten tot je de zon in zee ziet zakken.

Genieten van een meegebrachte maaltijd en wachten tot je de zon in zee ziet zakken.

Boven alles is er het praktische genot van zo’n zomerse plek aan zee.

U sjouwt de spullen er één keer naartoe en daarna heeft u de rest van het seizoen uw handen vrij. Als ik een vader in de weer zie met uitschuifstokken, scheerlijnen en klapperend tentzeil terwijl een hond tegen zijn uitpuilende strandtas …, dan voel ik mezelf een geluksvogel.

Ik las in de krant dat in Zeeland de permanente strandhuisjes oprukken. Vakantiehuisjes waar je dus ook mag slapen. Op Texel mag dat officieel (…) niet. De Zeeuwse kolossen staan op palen, zodat het woeste winterweer er geen vat op krijgt.

Ik moet er niet aan denken; hutjemutje naast elkaar. Zoals hier, op het Zeeuwse strand.

Ik moet er niet aan denken; hutjemutje naast elkaar. Zoals hier, op het Zeeuwse strand.

Verdubbelt zo’n jaarronde strandbeleving het geluk? Nee, nee, nee! Ik vind het verschrikkelijk. Waarom? De magie van het strandhuisje zit hem voornamelijk in die kneuterigheid. Provisorisch gemonteerde haakjes, kastjes en planken. Het feit dat het huisje onmiskenbaar is verbonden aan dat heerlijke gevoel van de zomer. Dat je tijdens het eerste, vroege voorjaarszonnetje als een gek kunt verlangen naar je hokje aan de voet van het duin. De Zeeuwen slaan wat mij betreft de plank mis met deze massaproductie. Bovendien hebben de bedenkers niet geluisterd naar de mensen die zo houden van dat stuk Zeeland: het zijn voornamelijk Belgische toeristen, die de massa en hun eigen, met beton dichtgebouwde kust ontvluchten.

Mijn kneuterige, houten strandhuisjesgeluk met hier en daar een tochtend kiertje, ik koester het na de mishit in Zeeland nóg meer.

Bouke Weber