Schapen vrijen met een kleurtje

Op het eerste gezicht lijken Texelse schapen op elkaar. Een witte vacht, witte poten en een witte kop met een zwarte neus. Soms zitten er wat zwarte vlekjes op de halflange oren. Een schapenboer kent de meeste van zijn dieren: ‘Die kleine ooi bracht vorig jaar een drieling, die grote dikkerd kon met moeite een klein lammetje grootbrengen’. Behalve in grootte ziet hij ook verschillen in de vacht, de bouw en het gedrag.

Vrijen met een kleurtje

Toch is het ook voor de boeren makkelijk om met een speciale merkstift onderscheid aan te brengen, bijvoorbeeld tijdens het ontwormen. De schapen worden opgehokt in de nes (een klein afgeschutte hoek van de wei) en krijgen één voor één een medicijn tegen maag­darmwormen. Ieder behandeld dier krijgt een merkje in de nek. In het voorjaar geeft de boer ieder stelletje een eigen merk. Met een stelletje bedoelen we op Texel een ooi met twee lammeren. De controle wordt een stuk makkelijker wanneer zowel de lammeren als de ooi op dezelfde plaats op de wol een stip hebben.

Behalve de schapenboer draagt de ram, als heergemaal van de ooien, ook een kleurtje bij zich. Dit gebeurt in de herfst tijdens de dektijd. Wanneer de dagen korten en temperatuur daalt worden de ooien iedere drie weken vruchtbaar. In september of oktober gaat de ram bij de ooien om het karwei van dekken en bevruchten te klaren.

Vrijen met een kleurtje

Het is natuurlijk belangrijk om te weten of de ram zijn werk doet. Een ram die alleen maar luiert geeft geen lammerenoogst in het voorjaar. De boer kan niet de hele dag het gedrag van de ram en de ooien in de wei in de gaten houden. Daarbij komt nog dat de ooien vaak ’s nachts of in de schemering worden gedekt. Om er zeker van te zijn dat de ram actief is, krijgt hij een dektuig omge­bonden. Dit bestaat uit een aantal riemen met een kleurblok. Het kleurblok wordt op de borst tussen de voorpoten bevestigd. Als de ram een ooi dekt geeft het kleurblok af achter op de rug van de ooi. Nu is goed te zien wanneer een ooi is gedekt.

Ho, stop! Een ooi ook kan gedekt zijn en toch niet drachtig.

Er hoeft na het dek­ken geen bevruchting te hebben plaats gevonden. Daarom doet de boer na ruim twee weken een blok van een andere kleur in het dektuig. Een ooi die nu voor de tweede keer vrijt en op haar rug wordt geverfd was kennelijk nog niet drachtig. De ram heeft het tijdens de volgende vruchtbare periode zo’n drie weken later nog een keer mogen proberen. Zo kan je in de winter en het voorjaar ooien zien lopen met rode, groene of blauwe vlekken op de rug of een combinatie hiervan.

Vrijen met een kleurtje

Door de gekleurde kontjes weet de schapenboer welke schapen het eerst zullen lammeren. Hierdoor kan hij op tijd beginnen met extra voer geven. Na een draagtijd van vijf maanden min vijf da­gen komen de lammetjes ter wereld. Samen met de voorjaarszon en het jonge gras zorgen ze dat wij de koude winter snel vergeten.

Uit het boekje: Schapen kijken op Texel gemaakt door Renske van den Tempel