Berichten

Zo zijn wij Texelaars, de Brabanders van de Waddenzee

Wij Texelaars zijn levensgenieters. Dat merk je aan alles. We houden ervan de zaken van de luchtige kant te bekijken, maken ons geen zorgen voor de dag van morgen en laten de zaken maar al te graag op hun beloop. Daarbij zijn we stamgast in mistens één café en frequenteren we de plaatselijke restaurants, want we kennen niet alleen de specialiteiten van de kok, maar hoogstwaarschijnlijk ook de kok zelf.

Al onze hotels en restaurants zijn fan van Texelse producten en dus ook aangesloten bij het ‘Echt Texelse Produkt’.

Zo gaat dat in een kleine gemeenschap. Maar al te graag bouwen Texelaars een feestje om legitiem en met elkaar op straat bier te mogen drinken, liefst verkleed, ter verhoging van de feestvreugde. Zeker in het najaar, de herfst en winter met de bijbehorende feestelijkheden, zullen we ons die kans niet laten ontglippen. Zo zijn wij, de Brabanders van de Waddenzee.

Texelaars bouwen graag een feestje, zoals op 12 december met Ouwe Sunder.

Texelaars maken kaas, ze maken bier, ze maken wijn

Dat deze mentaliteit zich voortzet in onze plaatselijke produkten, laat zich raden. We maken kaas, we maken bier, we maken wijn. En kunnen het niet laten om de loftrompet te steken over de kwaliteit ervan. Wie kent er niet de Skuumkoppe, het paradepaardje van de Texelse Bier. Na de eerste aarzelende verkoop van enkele kratjes via een overkants grootwinklbedrijf, is er geen café in de wijde omtrek meer te vinden waar ze dit donker witbier niet op fust hebben. Het is inmiddels zelfs zo populair, dat de nieuwbouwplannen van de brouwerij op verzet stuiten, in verband met de on-Texelse schaal. Want het bier mag dan best zijn, er zijn ook nog andere zwaarwegende belangen.

Texelaars kennen niet alleen de kok, ze gaan er zelfs mee op de foto.

Niet alleen op het eiland bekend zijn ook de boerenkazen van Wezenspyk en De Waddel. Net zelden komen gasten in onze hotels met een koeltas aanzetten, speciaal om deze kaas mee naar huis te nemen. Export in eigen land, zogezegd. De vraag naar deze kaas is zo groot, dat ze soms te weinig tijd krijgen om rustig te rijpen. Oudere kaas dan extra belegen is dan ook lang niet altijd voorradig. (Lees hier mijn blog: ‘Het grote kaasgeheim van Wezenspyk‘)

En ook uit de koude (soms zilte) grond

Waar onze gasten ook voor terugkomen, zijn de Texelse asperges. Onderweg van Den Burg naar Oosterend zie je ze al staan, keurig in het gelid of, als het seizoen daar is, afgedekt met folie. De aspergeplanten van Bert op Ongeren. En in mei en juni in vrijwel alle restaurants verkrijgbaar. Op z’n Vlaams, met ham en een botersaus, of verwerkt in een keur aan smakelijke gerechten. Want dat kun je aan de Texelse koks wel overlaten, elkaar de loef afsteken in het bedenken van nieuwe gerechten. (Lees hier mijn blog: ‘Zijn de asperges op, wat moet ik dan eten?‘)

Bijna wereldberoemd, de zilte groenten van Texelaar Marc van Rijsselberghe. En inderdaad de vader van …

Nieuw en wereldnieuws zijn de zilte groenten van Marc van Rijsselberghe. Met het oog op de toenemende verzilting van het wereldwijd landbouwareaal sloeg deze innovator enkele jaren geleden aan het experimenteren met zoutminnende aardappels. En met succes, zijn proefboerderij van groenten die in een zout milieu kunnen groeien, trekt inmiddels wereldwijd de aandacht en weer is Texel proeftuin, in de letterlijke en figuurlijke betekenis.

Er valt zo veel te genieten, zelfs Texelaars komen er niet altijd aan toe

De lijst is schier eindeloos. We hebben het nog niet gehad over de enorme keus aan Texelse koek, de keur aan vruchten en fruit, het Texels appelsap, de wijn uit de wijngaard aan de Rozendijk, de dekbedden van echt Texelse schapenwol, het Texels lamsvlees en de biefstukken van de Hooglanders uit de gebieden van Staasbosbeheer. En dan zijn we er nog niet. Wij zijn een vindingrijk volk en ontdekken steeds nieuwe heerlijkheden om ons heen. Van mossels, vis en oesters tot ganzen en paddestoelen. Er valt nog zoveel te genieten op ons mooie eiland, we nemen het u niet kwalijk als u niet overal aan toekomt. Dat lukt ons zelfs niet altijd.

Met smaak!

Bouke Weber
Import Texelaar

Wat we niet hebben op Texel én missen als kiespijn

Als vast bezoeker van ons eiland bent u natuurlijk helemaal content met de voorzieningen die u hier aantreft. En zelf zijn we dat natuurlijk ook. En toch… zo nu en dan vraagt er wel eens iemand of we hier alles wel hebben. En of we niks missen. Natuurlijk hebben we niet alles, zeggen we dan. Maar er is een verschil tussen niet alles hebben en missen. Speciaal voor die mensen hier een overzicht van dingen die we hier niet hebben.

Files

Misschien kom je er eentje tegen bij de boot op vrijdagmiddag, of in het hoogseizoen voor de markt op maandag, maar verder blijven we op het eiland verschoond van fileleed. Langzaam rijdend verkeer, dat hebben we wel. Op een doorgaande weg achter een tractor, of langs de natuurgebieden waar vogelmensen onverwachte bewegingen maken. En op de fietspaden, daar is het soms filerijden.

In de file op Texel, dat kan alleen in of door een tractor

In de file op Texel, dat kan alleen in of door een tractor

Haast

Gelukkig hebben we hier ook geen haast. Tenzij we de boot moeten halen natuurlijk en te laat van huis zijn gegaan. Verder houden we van onze rust en een praatje. Op afspraken zijn we steevast een Texels kwartiertje te laat en we stellen de dingen graag uit tot morgen.

Snelwegen

Omdat we geen haast hebben en nergens snel hoeven te zijn, hebben we ook geen snelwegen. Geen wegen zonder kruisingen, eclusief bedoeld voor auto’s. Op alle wegen kun je fietsers tegenkomen, op alle fietspaden ook wandelaars of ruiters. En solexen, buggy’s, loopfietsen en tuktuks kom je overal tegen.

Jutter Maarten Boon zei altijd: "Jullie van de overkant hebben allemaal een horloge, maar tijd voor niks. Ik heb er geen én tijd voor alles."

Jutter Maarten Boon zei altijd: “Jullie van de overkant hebben allemaal een horloge, maar tijd voor niks. Ik heb er geen én tijd voor alles.”

Stoplichten

Ook al zoiets dat we hier niet missen. Stoplichten. Bij de boot staan er een paar om het verkeer in de goede banen te leiden, maar op de rest van het eiland gaat dat vanzelf. Nou ja, uitgezonderd de hulp van een kleine rotonde hier en daar.

Ziekenhuis

Veel mensen vinden het eng op ‘s nachts op het eiland te blijven. Want stel dat er nu iets gebeurt, dan kun je niet even snel naar het ziekenhuis. Nou, voor die mensen is er goed nieuws. Je bent vanaf Texel sneller in het ziekenhuis dan vanaf menig andere plek in Nederland. Niet alleen omdat we hier geen files en stoplichten hebben, maar ook omdat veerdienst Teso altijd paraat is.

Géén hoogbouw betekent vergezichten. Zoals hier in de verte het kerkje van De Waal

Géén hoogbouw betekent vergezichten. Zoals hier in de verte het kerkje van De Waal

Torenflats

Dat is één van die dingen waar de gemeente Texel al heel vroeg tegen in het geweer is gekomen: torenflats. Gebouwen hoger dan vier verdiepingen mogen gewoon niet. En dat resulteert in een open landschap, een cirkelvormige horizon en een weids uitzicht. Hotel Greenside is dus misschien wel één van de hoogste gebouwen van het eiland. Zonder dat het je ziet.

Straatverlichting

Wat we ook niet hebben op het eiland, is straatverlichting. Ja, wel sporadisch in de dorpen, maar het buitengebied is ‘s nachts donker. Wel iets om rekening mee te houden als u met de e-bike op pad gaat en na donker thuis denkt te komen.

Misschien zijn er dingen die u wel mist op Texel. Ik hoor/lees het graag!

Fijne zomervakantie toegewenst!

Bouke Weber
Hotel Groep Texel

Óns favoriete plekje op het eiland

Als vaste bezoeker van ons eiland heeft u vast lievelingsplekjes. Dat strandje waar het net even zonniger lijkt, dat paviljoen waar de appeltaart net even beter smaakt, dat terrasje waar je net even meer uit de wind zit. En ook op de fiets zijn er vast plekjes waar u tijdens de vakantie altijd even langs moet. Al was het maar om te kijken of het er nog is.

Als u wilt weten wat onze favoriete plekjes zijn dan kunt u dat aan iedereen vragen. Zoals hier in Prins Hendrik aan Pip

Als u wilt weten wat onze favoriete plekjes zijn dan kunt u dat aan iedereen vragen. Zoals hier in Prins Hendrik aan Pip

Hebben Texelaars zelf ook favoriete plekjes?

Maar hoe zit het dan met de Texelaars zelf? Hebben zij ook lievelingsplekjes? En hebben ze dan wel tijd om daarvan te genieten? En hoe is dat eigenlijk? Wonen op zo’n eiland? (lees ook de vorige blog: Tien redenen om niet op Texel te komen wonen.)

De eenvoudigste manier om daar achter te komen, is natuurlijk om het gewoon te vragen. En aan wie kunnen we dat beter doen dan aan de medewerkers van de eigen Hotel Groep Texel? Tenslotte zijn zij het die u helpen uw weg op het eiland te vinden. Je mag dus verwachten dat ze er wel het een en ander van weten.

Of aan Marco van Hotel de Lindeboom. Als hij een keer niet aan het stofzuigen is ...

Of aan Marco van Hotel de Lindeboom. Als hij een keer niet aan het stofzuigen is …

En wat roepen we zelf?

En ook zij hebben hun voorkeuren. Zoveel werd wel duidelijk uit een kleine enquête onder de collega’s. De meesten van hen wonen al lang op het eiland, sommigen al hun hele leven. En vrijwel allemaal komen ze graag op het strand of in de duinen. De Nederlanden zijn favoriet, de weggetjes op de Hogeberg, de Waddendijk. Allemaal plaatsen waar je heerlijk rustig kunt wandelen. Logisch, want als je de hele dag druk bent in een van onze hotels, wil je je hoofd wel eens leeg laten waaien.

Of aan onze 'Lil' van Hotel Greenside. Maar wacht dan wel even totdat ze de telefoon heeft neergelegd.

Of aan onze ‘Lil’ van Hotel Greenside. Maar wacht dan wel even totdat ze de telefoon heeft neergelegd.

Rust, ruimte en bier!

De rust en de natuur noemen alle collega’s als grote voordelen van het wonen op Texel. Er zijn hier vooral veel dingen niet. Geen files, geen stoplichten, geen flatgebouwen, geen snelwegen. Daarbij (of daardoor?) is het eiland een veilige omgeving voor kinderen om op te groeien. De nadelen van het wonen op een eiland, dat je ‘s avonds niet meer terug naar huis kunt als je op familiebezoek bent geweest, naar een concert of het voetbal, nemen ze graag voor lief. Zo zie je tenslotte nog eens een collega-hotel van binnen.

Ach en de mannen van de Pofferglop, die verwijzen u vast-en-zeker naar de Texelse Bierbrouwerij.

Ach en de mannen van de Pofferglop, die verwijzen u vast-en-zeker naar de Texelse Bierbrouwerij.

Natuurlijk vroeg ik de collega’s ook of er misschien plekjes op het eiland zijn waar ze liever niet komen. Dat viel erg mee. Behalve dan de supermarkt in het hoogseizoen, daar is het te druk. En één van hen kwam liever niet in zijn eigen schuurtje omdat het daar teveel rommel was.

Uit alle antwoorden blijkt dat u als gast bij onze medewerkers in goede handen bent. Zij weten precies waar u het best van het eiland kunt genieten. Volgens één van de collega’s is de mooiste plek van het eiland zelfs de boot vanuit Den Helder. Want dan ben je bijna thuis.

Graag tot de volgende keer!

Bouke Weber

Texel, je zou er maar wonen!

Als gast van het eiland denkt u natuurlijk regelmatig: Wat is het hier toch mooi en stil en rustig en wat zou ik gelukkig zijn als ik hier mocht wonen. Nu wil ik u niet afschrikken, maar toch kan het geen kwaad om eens een tipje van de sluier te lichten. Hierbij tien redenen om niet op Texel te komen wonen.

  1. Op Texel heeft iedereen altijd alle tijd.

Dat klinkt natuurlijk mooi en prachtig, maar het betekent wel dat vergaderingen en bijeenkomsten, ja zelfs concerten en toneelvoorstellingen nooit op tijd beginnen. En doen ze dat eens een keer wel, dan komen tijdens het eerste kwartier nog tientallen mensen binnendruppelen. Het “Texels kwartiertje” noemen we dat. We gaan dan ook nooit op tijd van huis, alleen misschien om de boot te halen. Want TESO wacht niet.

Op Texel heeft iedereen altijd alle tijd.

Op Texel heeft iedereen altijd alle tijd.

  1. Op Texel gebeurt alles 40 jaar later.

Nu is 40 jaar misschien een beetje overdreven, maar we kregen pas waterleiding in 1964 en zelfs de Tweede Wereldoorlog begon hier pas goed toen hij overal al lang afgelopen was. De “Russenoorlog” noemen we dat. Vraag er maar eens naar. Iedereen weet ervan. Je moet dus veel geduld hebben als je hier een huis of bijvoorbeeld een hotel wilt bouwen.

  1. Het is hier ‘s nachts helemaal donker.

De gemeente Texel heeft de nachtelijke duisternis tot één van de kernwaarden van het eiland uitgeroepen en is daarmee zelfs zo ver gegaan dat bijna alle lantaarnpalen zijn verdwenen. Nu is dat in de zomer, met korte nachten en veel verkeer op de weg nog niet eens zo erg, maar stelt u zich dat eens in de winter voor, als u dwars over het eiland van het ene dorp naar het ander moet. Liefst snel, want u bent al een kwartiertje te laat. Dan krijgt de nachtelijke duisternis ineens een heel ander gezicht.

  1. Er zijn overal vogels.

Iedereen kent natuurlijk de patatmeeuwen op de veerhaven, die malle duikelingen maken om een patatje of stukje frikadel te pakken te krijgen, maar dat is lang niet alles. Er zijn werkelijk overal vogels. Je kunt hier nog niet rustig op een terras gaan zitten, laten we zeggen aan een lekker kopje koffie met Texelse koek, of vanuit alle bosjes en struiken komen er vogels op je tafeltje zitten om een graantje mee te pikken.

Patatmeeuwen, wie kent ze niet.

Patatmeeuwen, wie kent ze niet.

  1. Er zijn overal vogelaars.

Omdat er overal vogels zijn, zijn er ook overal vogelaars. Als een soort fanclub reizen deze liefhebbers de vogels achterna, om onmiddellijk stil te houden als ze in de berm een bijzonder exemplaar zien. Als hobby onschuldig genoeg, zou je zeggen, maar je komt op het eiland niet ver als je helemaal niets van vogels weet. Niet tijdens het vogeltrekseizoen tenminste.

  1. Er zijn ook overal schapen.

Misschien niet zoveel als vogels, maar zeker meer dan mensen. Schapen zie je werkelijk overal. En lammetjes, maar die alleen in het voorjaar. Soms jagen de schapenboeren hele kuddes tegelijk over de weg naar een andere wei. Omdat het gras daar groener is, of om gewoon het verkeer een tijdje op te houden. Het is maar goed dat op Texel nooit iemand haast heeft.

Pas op voor loslopende schapen.

Pas op voor loslopende schapen.

  1. Het ruikt altijd naar zeewier.

Frisse lucht, noemen we dat hier. Maar het is gewoon de zee. Omdat die altijd binnen bereik is, ruikt het op het hele eiland naar het slik van de wadbodem, het zeewier dat bij laag tij ligt de drogen en naar het zout van het zeewater. Je moet er maar tegen kunnen.

  1. Iedereen weet wie je bent.

Je hoeft dan ook bijna nooit ergens een legitimatiebewijs te laten zien. Sterker nog, de pakjesmannen weten ook waar je werkt, dus als je een keer niet thuis bent, brengen ze het pakje gewoon daar naartoe. En mocht je al eens om een legitimatie gevraagd worden, ach, dan volstaat een pasje van Hanos of de Sligro doorgaans ook wel. En dat heeft toch ook bijna iedereen. Op Texel wel, tenminste.

Legitimeren met een Sligropas. Dat kan gewoon op Texel.

Legitimeren met een Sligropas. Dat kan gewoon op Texel.

  1. Bezoek komt gewoon achterom.

Een deurbel is hier vrijwel overbodig, want iedereen loopt altijd gewoon achterom. Of je nou net lekker zit te eten of aan de koffie zit, de buren komen gewoon binnen om een kopje suiker, een klosje garen of een boormachine te lenen. Of terug te brengen, hoewel dat over het geheel genomen iets minder vaak gebeurt. Het is in ieder geval zaak om altijd voor een extra kopje of bordje te zorgen.

  1. Je moet altijd met de boot mee.

Waar je ook naar toe gaat, je moet altijd met de boot mee. Daardoor wordt familiebezoek aan de andere kant van het land al snel een uitstapje met een overnachting, want de laatste boot haal je niet meer. En op de heenweg zit iedereen op de boot altijd vergaderstukken door te nemen, omdat je anders toch maar een half uurtje niks zit te doen en naar buiten te kijken. Goed dat ze tegenwoordig WIFI aan boord hebben, bij TESO.

Natuurlijk zijn er nog wel meer minpunten te vinden van op het eiland wonen, maar ik denk dat dit genoeg is om te laten zien dat u een gelukkig mens bent dat u na uw verblijf hier weer naar huis kunt. Terwijl wij, arme Texelaars, hier moeten blijven.

Bouke Weber

Met de hond op vakantie naar Texel

Vroeger hadden we geen hond. Toch dachten we Texel goed te kennen en we dachten dat we op de meeste plaatsen wel waren geweest. Maar nu we zelf een hond hebben, zien we het eiland ineens door heel andere ogen.

We komen op plekken waar we eerder nooit kwamen, spreken heel andere mensen – over onderwerpen waar we vroeger geen weet van hadden -, en hebben met andere regels en bepalingen te maken.

Op sommige plekken kunt u uw hond maar beter niet los laten lopen ...

Op sommige plekken kunt u uw hond maar beter niet los laten lopen …

Texel is hondvriendelijk

Wat steeds weer opvalt, is hoe hondvriendelijk Texel eigenlijk is. Natuurlijk zijn er gebieden waar het beestje aan de lijn moet, maar op grote delen van het eiland mag hij het hele jaar door loslopen en ravotten. Zolang hij andere mensen – en andere honden – maar niet tot last is, dat spreekt vanzelf. Maar daar maken we ons met ons hondje geen zorgen over.

Zelf gaan we altijd graag naar het strand. Niet met al te laag water, want ons hondje heeft de neiging de strekdammen op te rennen, achter de meeuwen aan, en daar dan uit te glijden en in het water te belanden. Dan zitten we de hele weg naar huis met een kletsnatte hond in de auto. En het is natuurlijk koud en gevaarlijk, want hij kan zich lelijk bezeren aan die losse stenen. Maar met hoog water, op het harde gedeelte van het strand, kan hij mooi hardloopwedstijdjes houden met de drieteenstrandlopers, de kluten, de meeuwen en alle andere vogels, waarvan alleen de echte vogeltjesmensen weten hoe ze heten. En ondanks dat we op het eiland wonen, zijn we geen vogeltjesmensen. Nee, wij zijn hondenmensen. Nou ja, sinds kort dan. Én nogal eenkennig.

Ollie houdt van fruit de mer. Vandaag stond er Noordzeekrab op het menu.

Ollie houdt van ‘fruit de mer’. Vandaag stond er Noordzeekrab op het menu.

Tijdens het rondrennen en snuffelen en graven op het strand doet de hond vaak vondsten waar menig Texelse strandjutter jaloers op zou zijn. Een schatkist met gouden dukaten heeft hij nog niet opgeduikeld, maar we blijven natuurlijk hopen …

Ook op Facebook: Texel, mijn hond en ik

Ook merken we steeds weer dat we niet de enige hondenbezitters zijn die het eiland als de ideale vakantiebestemming zien. Wist u bijvoorbeeld dat er een speciale pagina op Facebook is voor mensen zoals wij? Nee? Kijk dan eens op “Texel, mijn hond en ik“. Een pagina vol foto’s van trouwe viervoeters en soms van hun baasjes. Op het strand, onderaan de vuurtoren, in het bos, tussen de weilanden. Een pagina vol belevenissen van beestje en baasje, van de veerboot tot de vakantiewoning en dan in de auto weer terug naar huis, vol goede herinneringen aan het eiland en vol plannen om snel weer terug te komen.

In de Dennen word je soms verrast met de meest mooie doorkijkjes

In de Dennen word je soms verrast met de meest mooie doorkijkjes

De VVV voorziet gasten die met de hond komen graag van aanvullende informatie over waar loslopen wel is toegestaan en waar niet. Het is zaak deze regels nauwkeurig na te leven, want de boetes die Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer opleggen zijn niet mals. Oké, het geld komt dan wel ten goede aan het natuurbehoud op het eiland, maar het blijven natuurlijk onverwachte en vooral ook ongewenste en eenvoudig te voorkomen uitgaven.

Honden zijn in onze hotels en bungalows toegestaan

En met een speels hondje zoals dat van ons blijft het natuurlijk altijd uitkijken. Voor vogels, voor lammetjes en vooral ook voor auto’s. Om een of andere reden denkt Ollie dat hij auto´s moet najagen, opjagen of vangen, reden om hem niet al te veel los te laten lopen. Zeker niet in het bos, waar een autoweg nooit ver weg is. Aan de andere kant zit hij nooit fietsers, wandelaars of andere honden na.

Uw hond mag komen waar u ook mag komen. U op het pad, dan uw hond ook.

Uw hond mag komen waar u ook mag komen. U op het pad, dan uw hond ook.

Dat laat hij graag aan andere honden over. Texel is zelfs zó hondvriendelijk, dat er speciale reizen worden georganiseerd voor mensen die met hun beste vriend op vakantie willen.

Gelukkig zijn in veel hotels, pensions en appartementen honden toegestaan, zodat een reisorganisatie als Pfoten Tours (ja, die bestaan echt!) voldoende ruimte kan vinden voor de vele liefhebbers. Want dat blijft toch altijd, met of zonder hond, de grote kracht van Texel, de rust en de ruimte. Hoewel? Rust? Dat valt met een hond zoals die van ons nog te bezien. Maar u begrijpt wat ik bedoel.

Welkom op Texel!

Bouke Weber

Bij Hotel Groep Texel staat er vanavond vis op het menu

Hoe komt de verse vis op uw bord in onze restaurants? Peter Bongaerts van de Texelse Visspecialist in Oudeschild selecteert het voor ons. En zorgt dat de kostbare waar optimaal voorbereid in onze Hotelgroepkeukens belandt. Een aantal leuke wetenwaardigheden over Texelaars, vis en ander zeeleven.

Vandaag delen we een aantal leuke wetenwaardigheden over vis, schaal- en schelpdieren met u.

Vandaag delen we een aantal leuke wetenswaardigheden over vis, schaal- en schelpdieren met u.

Alles wat met vis te maken heeft, komt bij elkaar in de winkels van Peter. De visselectie in onze restaurants is een ééntweetje tussen hem en de koks. Op onze menukaarten staan vaak minimaal drie vissoorten, dus we kunnen spreken van een intensieve samenwerking. Peter of zijn collega’s komen altijd naar ons toe om de vis te brengen. Vandaag verruil ik mijn keurige schoenen voor praktische laarzen en neem ik dáár een kijkje achter de schermen.

Vandaag verruil ik mijn keurige schoenen voor praktische laarzen en neem ik dáár een kijkje achter de schermen.

Vandaag verruil ik mijn keurige schoenen voor praktische laarzen en neem ik dáár een kijkje achter de schermen.

Texelaars en vis

Wat heeft de Texelaar eigenlijk met vis? Hoe dichter u bij de visserijhaven van Oudeschild komt, des te meer speelt dit beweeglijke zeeleven een rol in de levens van ondernemers en bewoners. Opvallend veel Oudeschilders hebben op vrijdag ‘een vissie’ op het menu staan. Sommigen halen het zelfs rechtstreeks van de kotter. Ze fietsen met een emmertje aan het stuur naar de haven. Om vervolgens met een aantal tongetjes of scholletjes bij moeder de vrouw thuis te komen.

Oudeschild telt vier bedrijven waar ook consumenten de vis in de schoot geworpen krijgen. Peter, onze vaste visleverancier, runt er twee van. De Oude Vischmarkt ligt net achter de het kleine winkelhart van Oudeschild en op een steenworp afstand van de haven. Een deel hiervan is het domein van de kottervloot, bestaande uit een tiental kotters. Zij vissen voornamelijk op platte vis: tong en schol.

Een enkeling waagt zich nog aan het bewerkelijke en arbeidsintensieve garnalenvissen. Garnalen van de TX65 staan bijvoorbeeld als voorgerecht op het menu van Wambinge. Het restaurant van Hotel Greenside. Het kokkel vissen is voornamelijk voorbehouden aan de gebroeders Willem-Anton en Albert Schagen. Dagelijks brengen zij uren op het Wad door om de schelpdieren, die een heerlijke delicatesse herbergen, bij elkaar te harken.

Opvallend veel Oudeschildershebben op vrijdag ‘een vissie’ op het menu staan.

Opvallend veel Oudeschildershebben op vrijdag ‘een vissie’ op het menu staan. (Foto Lisette op Texel)

Ik heb nog een verzameling leuke wetenwaardigheden over vis, schaal- en schelpdieren voor u verzameld.

Kokkels harken?

‘Kokkels. Met de hand geharkt’ staat er op het welkomstbord bij de Oude Vischmarkt. Ja, kokkels – de schelpdieren met getande randjes waarvan u de schelpen in grote getale langs het strand vindt – worden letterlijk bij elkaar geharkt. Bij opkomend water (dus als het vloed wordt), staan de twee broers Albert en Willem-Anton in oliebroeken en met harken in de hand de kokkels, die op de bodem van de Waddenzee liggen, bij elkaar te harken. Vroeger haalden de mannen de kokkels machinaal van de bodem. Sinds een aantal jaren mag dat niet meer. Het zou het zeeleven te veel verstoren. De heerlijke smaak van de kokkels en de intensieve manier van verzamelen zorgen er beiden voor dat kokkels kostbaar zijn.

Peter en Bouke zijn aan het kokkelharken.

Kreeften en vingertopjes

Peter heeft in zijn viszaak ook levende kreeften. Op welke plek van de kreeft vindt u het lekkerste ‘vlees’? In de staart en de scharen. Dat zijn ook meteen de onderdelen van de kreeft waar u het meest voor moet oppassen als u een levende kreeft in handen heeft. Een moment van onachtzaamheid, kan u zomaar een vingertopje kosten. Geen zorgen, in de Noord- en Waddenzee komen geen kreeften voor. Peter haalt zijn kreeften uit Canada. En heeft in zijn leven al drie keer met zij vingers tussen de grote kreeftenscharen gezeten.

Een kreeft heeft ook twee kleinere scharen. De knijpkracht is ongeveer twintig procent van de grote scharen. En is al behoorlijk pijnlijk, als u er met uw vingers tussen zit.

Een kreeft heeft ook twee kleinere scharen. De knijpkracht is ongeveer twintig procent van de grote scharen. En is al behoorlijk pijnlijk, als u er met uw vingers tussen zit.

Tong, schol, paaien en kuit

Tong en schol, de platte vissen waar vooral de Texelse kottervloot op vist, staat er om bekend dat hij in het voorjaar ‘skraal (Texels voor mager schraal) is’. Dat komt omdat de vissen dan eitjes bij zich dragen. Dit is een intensieve periode voor zowel man (bevruchten is best wel een gedoe) als vrouw (bevruchte eitjes meezeulen en op een goede plek afzetten is geen sinecure). Dit hele ‘gesodemieter’ in het voorjaar maakt de vis minder smaakvol. Daarom kiezen wij ervoor om in deze maanden van het jaar vooral de schol niet op het menu te zetten.

Bij een aantal ronde vissen is de paaitijd juist heel positief voor de smaak. Peter vertelt over zijn favoriete voorjaarsvis, de Skreifilet. Vissers vangen deze winterkabeljauw rond de Lofoten. Dat is een eilandengroep voor de kust van Noorwegen. De Noren ontvangen de skrei zoals wij de nieuwe haring omarmen. En Peter dus ook.

Skrei is een volwassen Noorse winterkabeljauw die op het punt staat te paaien. Zij komt naar de Lofoten komt om haar eitjes af te zetten. In tegenstelling tot de platte tong en schol is deze rondvis van februari tot april romig, zacht en vlezig. Wie weet staat hij binnenkort wel bij ons op het menu.

Goed fileren: een kwestie van oefenen en gevoel

Ik dacht in een middag wel even te leren hoe ik vis kon fileren. Er ging een zeewolf, kabeljauw en een rog (ja, deze kunt u zeker eten!) door mijn handen. En alle keren kwam ik erachter dat het een lastige klus is. Vis fileren is als metselen; een kwestie van oefenen, oefenen, oefenen. En gevoel. Gelukkig hebben onze koks en de mannen die achter de schermen van de Texelse Visspecialist werken, het beter in de vingers dan ik. Tijd om de laarzen te verruilen voor  mijn nette schoenen!

Goed fileren is echt een vak! Ongeacht van welke club je fan bent.

Goed fileren is echt een vak! Ongeacht van welke club je fan bent.

Als ik thuiskom, heb ik ineens alle aandacht. De hond snuffelt langer dan gebruikelijk aan mijn broek en kwispelt enthousiast. De kinderen roepen: ‘Papa, je stinkt. Heel erg.’ Verse vis ruik je niet. Maar de geur die zich na een middag fileren in mijn kleding heeft genesteld is op zijn zachtst gezegd een aandachtstrekker.

Bijschrift: de huid van een vis is fascinerend mooi en verraderlijk. Hij lijkt ogenschijnlijk zacht en glad. Als u hem aanraakt, komt u erachter dat hij juist hard, ruw en plastic-achtig aanvoelt.

Bijschrift: de huid van een vis is fascinerend mooi en verraderlijk. Hij lijkt ogenschijnlijk zacht en glad. Als u hem aanraakt, komt u erachter dat hij juist hard, ruw en plastic-achtig aanvoelt.

Een rog is qua fileren een grote uitdaging. Zij huid is taai en heeft een aantal ‘pukkels’ van kraakbeen die secuur verwijderd moeten worden omdat u er anders uw kiezen op stuk bijt. Is het eenmaal gefileerd, dan treft u een prachtig stuk visvlees aan. Het is stevig, bijna biefstukachtig en smaakt fantastisch.

Een rog is qua fileren een grote uitdaging. Zij huid is taai en heeft een aantal ‘pukkels’ van kraakbeen die secuur verwijderd moeten worden omdat u er anders uw kiezen op stuk bijt. Is het eenmaal gefileerd, dan treft u een prachtig stuk visvlees aan. Het is stevig, bijna biefstukachtig en smaakt fantastisch.

Heeft u ook zo’n zin in een gebakken zeewolf met tagliatelle en een salsa verde of een krokant gebakken zeebaarsfilet?

Het menu van restaurant Wambinge in Hotel Greenside (De Koog).

Het menu van de Brasserie in Hotel de Lindeboom (Den Burg).

Het menu van Prins Hendrik in polder ‘t Noorden golft mee met de seizoenen. Laat u ter plekke verrassen!

Graag tot ziens!

 

Bouke Weber

De verbouwing van een Texels hotel

Een ingrijpende verbouwing, een continue positief-­kritische blik op de bedrijfsvoering, een hoge waardering op verschillende boekingsplatformen en vaste gasten die prettige ervaringen doorvertellen. Hoe het Texelse hotel De Lindeboom de blik naar buiten en op de toekomst richt.

De aanloop naar de verbouwing van het hotel in het hart van Den Burg was er één van een lange adem. In 2002 ontstonden de eerste plannen, afgelopen december startten de eerste werkzaamheden. Er komt een nieuwe hotelvleugel met 24 kamers, die het aantal kamers nagenoeg verdubbelt. De Brasserie krijgt een ander aangezicht en gaat in een vloeiender beweging over naar de ontbijtzaal. Het Schoutenhuys, waar gasten Texelse ‘gerechies’ kunnen proeven, werd voor kerstmis opgeleverd in een jaren ’20 sfeer. Naastgelegen vergaderzaal De Waagzaal profiteerde mee van de opfrisbeurt. Eind 2016 krijgen de bestaande hotelkamers een andere inrichting.

Ook een facelift voor de Waaghzaal

Ook een facelift voor de Waaghzaal

De blik naar buiten richten

Het hotel heeft de laatste jaren jaarrond ca. 80 procent bezetting. Uitzonderljik voor een Waddenhotel. Dat gaat niet vanzelf. Naast het geregeld bijslijpen van de bedrijsvoering, richt het team de blik naar buiten met online marketing. Bouke Weber: “Gasten vinden het leuk om ons te blijven volgen via blogs en de nieuwsbrief. Juist als ze niet op het eiland zijn. Daarnaast merken we dat de bereidheid om hoge waarderingen achter te laten op boekingsplatformen, groot is. Dat is heel waardevol. In de Sinterklaasperiode, traditiegetrouw een rustige tijd in de hotelsector op Texel, zat ons hotel vol. ”

De afgelopen maanden stonden in het teken van keuzes maken.

De afgelopen maanden stonden in het teken van keuzes maken.

Metaalvlechten in de Texelse zon

De planning van de verbouwing is strak. De inkt van de afgegeven vergunning was nog niet droog, of de voorbereidingen waren al begonnen. Inmiddels is de fundering gestort en komt er nu wekelijks een etage bij. Weber: “We hebben geluk met het zachte weer. Onlangs stonden de bouwers metaal te vlechten in de zon.” Tijdens de gehele verbouwing blijft De Lindeboom open, eind april is de verbouwings-­ en herinrichtingslijst afgewerkt en De Lindeboom-­nieuwe-­stijl klaar. Er staan nog wensen op het lijstje. Zo is het de bedoeling om van de historische kelder een bar te maken, waar gasten kunnen proeven van speciale wijnen en exclusieve whisky’s.

Op het moment van publicatie is de betonvloer gestort

Op het moment van publicatie is de betonvloer gestort

Wij kijken er naar uit u ook weer in ons vernieuwde hotel te mogen ontvangen.

Van harte welkom!

Team Lindeboom

Zes inzichten over het Texelse Dennenbos

Erik van der Spek is de eilandboswachter. Voor hem is het bos een serieuze aangelegenheid. Met een rechtlijnige kijk op de zaak en een feitenkennis waar je u tegen zegt, neemt hij me mee op wandeltocht door de Texelse Dennen. Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan. Al dribbelend heb ik zes inzichten voor u op papier gezet.

Dat bos had groter moeten worden

Onland was het. Een ‘skitterend Tessels woord’ voor een gebied waar je niets zinnigs mee kunt. We hebben het over De Dennen, toen het nog geen bos was. Maar een woeste, glooiende vlakte. Nu, 120 jaar nadat arbeiders er de eerste boom plantten, houden we van dit stuk Texel, waar Staatsbosbeheer heer en meester is.

Erik van der Spek, boswachter bij Staatsbosbeheer en bijenkenner.

Erik van der Spek, boswachter bij Staatsbosbeheer en bijenkenner.

 

De Dennen hadden groter moeten zijn. Enthousiastelingen wilden het liefst een bos zien dat zich uitstrekte tot de eerste duinen bij Polder Eierland, net buiten De Koog. Van der Spek: “Het staat niet exact beschreven waarom het niet is doorgegaan.” De serieuze boswachter wijst ons op het Minpad. En een feitelijk foutje. “Min was de eerste Texelse boswachter. Naar alle waarschijnlijkheid had hij de leiding over de bosbouw. Hier staat dat hij tot 1912 leefde, maar dat moet 1914 zijn.” Wat vaststaat, is dat hij niet meer leeft. Anders hadden we hem ongetwijfeld het hemd van het lijf gevraagd. Misschien had hij dat klimbos al in zijn hoofd, waarover wij al jaren bakkeleien…?

De mountainbiker kan er niets aan doen. Het is de adrenaline die hem stuurt

De mountainbikers die we al na zeven minuten tegenkomen op een voor hen illegale plek bij uitkijktoren De Fonteinsnol, op nog geen twee minuten van het Minpad, ontsnappen niet aan het scherpe oog van boswachter Van der Spek. Ze komen dit keer weg met een mild ‘Heren, zoeken jullie de juiste paden weer op?’ Als hazen verdwijnen ze richting de bosrand. Van der Spek: “Adrenaline en zo’n fiets maken soms dat je gekke dingen doet.”

Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s.

Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s.

Aha.

Daarom schreeuwen mountainbikers soms ‘*piep*hond’ tegen honden en ‘opsodemieteren’ tegen wandelaars, die op de wandelpaden lopen. Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s. Op de vlucht voor zondagochtendgezelligheden met schoonfamilie of de zaterdagse boodschappenronde.

Laten we mild zijn voor deze opgejaagde soort.

3 De uitkijktoren bij de Fonteinsnol zou eigenlijk van beton worden

Wat veel mensen niet weten: ook toen De Dennen nog volop werden gebruikt voor de houtproductie, waren er al mensen die recreëerden in het bos. Deze uitkijkplek was een stek uit duizenden.

In de tijd dat het bos nog lage aanplant was, had je aan de heuvel (de Fonteinsnol waarop de uitkijktoren staat) genoeg om tot aan Den Hoorn of het Noordzeestrand van Paal 15 te kunnen kijken.

Toen het bos volwassen werd en sommige dennenbomen wel tien meter hoogte bereikten, was er meer nodig dan alleen een duin, om de wandelaars van een mooi uitzicht te voorzien. Staatsbosbeheer riep ondernemers op om met een plan te komen. Een plan voor een uitkijktoren.

Meyert Boon was een aannemer uit De Cocksdorp, met een voorliefde voor beton. Hij bedacht bijvoorbeeld beton dat bleef drijven op De Roggesloot. Om mensen de laten zien, dat het materiaal helemaal niet zo inflexibel was als iedereen dacht. Meyert kwam met een voorstel voor een uitkijktoren. Van beton. Uiteraard

Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan.

Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan.

 

Zijn ontwerp was veruit het mooiste, alleen de traditionele boswachters, hardnekkige houtliefhebbers, zagen het materiaal toch niet zo zitten. Betonman Meyert streek zijn hand over zijn hart en veranderde het ontwerp zo, dat het ook in hout te bouwen was. Het resultaat hiervan ziet u nu nog staan.

Toen het bos nog een productiebos was en niet alleen een plek om te genieten, werd het hout het vaakst verwerkt tot planken die mijnen stutten. Waarom was dennenhout daarvoor zo geschikt? Ruim voordat het hout bezweek onder het gewicht, waarschuwde het van nature krakende dennenhout de mijnbouwers. Dan was het tijd voor vervanging. De 35 jaar oude uitkijktoren op de Fonteinsnol is gemaakt van Larixhout. Dat is dennenhout. Check.

 4 De namen van de bospaden: iedereen doet maar wat

Alle bospaden zijn min of meer veldnamen. Titels die ze ter plekke kregen van mensen die naarstig op zoek waren naar ankerpunten in het woeste gebied. Praktische mensen. Romantische mensen. Of mensen die graag hun naam op bordjes terugzien. Boswachter Van der Spek: “Er is niets officieels aan, ze zijn gewoon ontstaan.” Zo leidt de Paradijsweg naar het Paradijs. De pachter van deze open plek in het bos die ooit een akker was, beschouwde dit stuk als zijn paradijs.

Ik snapt die pachter van toen wel. Dit stuk bos is écht een paradijs

Ik snapt die pachter van toen wel. Dit stuk bos is écht een paradijs

Het pad dat ik altijd Hazenpad noem, heet eigenlijk het Kattenbos. Bowachter Van der Spek legt in dit rommelige bosje uit waar deze naam vandaan komt: “Een kattenbos is een ander woord voor een stuk bos waar je eigenlijk niet zoveel mee kunt. Onooglijke bomen, lage struiken; een slecht bos.” Ik vind hazenpad toch leuker.

Nog een paar namen:

-Nattevlakweg: de weg die is aangelegd om materieel en mensen over te vervoeren, tijdens het ontwateren van het bos. Dat water moest in rap tempo richting de omliggende polders en gewassen!
-Turfveld: veel mensen denken dat op deze halfopen plek langs de weg naar Westerslag ooit turf is gestoken. Niets is minder waar, want op Texel leent de bodem zich daar totaal niet voor!

Maar hoe zit het dan wel? De bomen op dit stuk terrein kregen bij aanplant allemaal een stuk natte turf bij hun wortels ingegraven. Dankzij deze natuurlijke bidon overleefde de kwetsbare jonge boom de eerste maanden op dit gortdroge stuk grond. In de oorlog was er een gebrek aan brandstof voor verwarming. Toen werden de bomen, inclusief hun turfbaal, uitgegraven. Veel mensen noemen dit stuk bos ook het patatjesbos. Vanwege de snackbar (die weer Het Turfveld heet). Wie weet heet het over 100 jaar wel het Patatjesbos en rept niemand meer over het Turfverhaal.

-Ploegelanderweg: Ploeg was een pachter van het ‘landje’ naast de weg. Spannender kan ik het niet maken. Sorry.

Dit bankje staat links van het pad dat u inloopt als u het Turfveld letterlijk achter u laat liggen. Medewerkers van zorgboerderij Novalishoeve maakten dit bankje en andere die u elders in het bos vindt, speciaal voor Staatsbosbeheer.

Dit bankje staat links van het pad dat u inloopt als u het Turfveld letterlijk achter u laat liggen. Medewerkers van zorgboerderij Novalishoeve maakten dit bankje en andere die u elders in het bos vindt, speciaal voor Staatsbosbeheer.

 5 Oostenrijkers hebben steil haar en Corsicanen kroeshaar.

Kijkt u wel eens naar boven, als u in het bos loopt? Dat moet u eens doen. Dan herkent u de Corsicaanse en Oostenrijkse den. Hoe? De Oostenrijkse den zijn naalden liggen keurig recht, naast elkaar. De warrige inplant van de Corsicaanse den doet je denken aan een lange, dunne man met kroeshaar. Komen de bomen ook echt van Corsica en uit Oostenrijk? Nee. Alle bomen zijn op Texel gekweekt. Daarmee is het Dennenbos een echt Texels product.

 6 Je kunt in principe ook met dénnen knuffelen.

Een uur ronddwalen door een bos en door alle verhalen die ik niet kende, het gevoel krijgen dat ik voor het eerst op een plek ben. Terwijl ik er al tien keer bent geweest. Dat doet iets met me, snapt u? Dus op het moment dat we een gigantische dennenboom tegenkomen waar mijn gezin en ik al tien keer gedachtenloos langs zijn gelopen, vouw ik mijn armen rond de ruwe bast, en fluister: ‘Sorry jongen, dat je me nooit eerder bent opgevallen.’

Van der Spekt kucht. Oh ja. Dat is waar ook. Het bos is een bloedserieuze zaak. Terwijl de strenge boswachter verder beent, dribbel ik erachter aan. Of het nu een Corsicaan was of een Oostenrijker, waarmee ik knuffelde… ik weet het niet meer.

Deelt u uw boservaringen hieronder nog even met ons? Dat zou ik leuk vinden.

Het verlangen naar Texel (deel 3)

Verlangen naar de kneuterigheid van een strandhuisje

U verlangt stiekem alweer naar lange, warme lome zomerdagen op het eiland. Wat doen wij in de tussentijd? Wij brengen u in de sfeer met Texelse verkenningstips. Dit keer beschrijven we het leven vanuit een strandhuisje. Waarschuwing: na het lezen van dit verhaal kan het verlangen naar Texel als bijna ondraaglijk worden ervaren…

Heeft u op Texel uw stranddagen wel eens gesleten vanuit een strandhuisje?

Ik hoor u denken: die houten, zielloze, scheefstaande hokjes die van april tot en met september langs het strand staan? Hoe moet dat mijn verlangen precies gaan aanwakkeren?

U moet een keer meemaken hoe het is om tot de aller-allerlaatste minuut te genieten van het strand alsof het uw laatste dag op aarde is. De schaduwen van uw spelende kinderen met het uur langer te zien worden. In de schemer, met een slapend kindje op uw schouder over de nagloeiende klinkers naar uw auto te lopen. De allerlaatste te zijn die het strand schoorvoetend verlaat.

Ravotten in het water met het thuishonk in zicht.

Ravotten in het water met het thuishonk in zicht.

Wat gebeurt er dan met u, in zo’n strandhuisje?

Zodra u eerste kledingstuk aan het provisorische haakje hebt gehangen, een kleed ophangt dat dienst doet als gordijntje is dat huisje uw tweede huis. U voelt zich gewoon the king too rich. Ik, een man die hecht aan materie, merk bij Paal 17 hoe weinig ik nodig heb om gelukkig te zijn. Er staat een houten tafeltje en het koude water komt uit een tyleenslangetje, waar ik een douchekop aan vast heb gefröbeld. Ik houd van de luxe van hotels. Lekker eten in goede restaurants. In dat huisje sta ik op blootvoets te ‘skarrelen’ tussen spullen in strandtassen en eten in koelboxen. Dolgelukkig met al mijn kneuterigheid op 5 vierkante meter.

Niet zomaar een strandhuisje op het Texelse strand

Niet zomaar een strandhuisje op het Texelse strand

Ik ben lang niet de enige liefhebber.

Elke zomer verplaatsen de levens van honderden Texelaars zich naar hun strandhuisje aan de Noordzee. Zodra de bewoners zich er in nestelen, zie je schitterende, reilende en zeilende huishoudens ontstaan. Vooral de mensen met een eigen huisje, dat ze jaarlijks van opslag naar strand en weer terug vervoeren, verheffen het strandleven tot een kunstvorm. Oude keukens worden vakkundig aan de wand gemonteerd, wandjes krijgen de nieuwste VT wonenkleuren en er zijn opklapbedden, zodat het kleine grut er kan neerstrijken voor een middagslaapje. Voor de ramen hangen bloemetjesgordijnen en moeder kookt op een gasgestookte skottelbraai. Het platte, ééndimensionale beeldschermgenot van het gezin is ingeruild voor bodyboards, beachball en gejut hout.

Er wordt hard gewerkt om de strandhuisje op tijd op het strand te krijgen.

Er wordt hard gewerkt om de strandhuisje op tijd op het strand te krijgen.

Geheime kelders met pooltafels en walk-infridges

Het is verbazingwekkend wat we daar met zijn allen in die huisjes verzamelen. Je ziet bij een aantal mensen zoveel spullen voorbij komen, dat het onmogelijk lijkt te passen binnen de vier houten muren van het huisje. Ik ken mensen die er elk jaar met veel liefde en geduld een perzisch tapijtje uitrollen.

Er gaan geruchten dat onder een aantal van die huisjes een gigantische kelder schuilgaat. Met pooltafels en walk-infridges.

Hoe kun je als toerist ervaren hoe het is om van zonsopkomst tot zonsondergang bij je huisje te hangen en simpelweg te genieten? Je kunt bij elke strandpaal huisjes huren. Bijgeleverd: water, twee oude strandstoelen en, met een beetje geluk, een parasol. Bij Paal 17 kun je eten en drinken laten bezorgen en er is WiFi. Paal 33 is het enige Texelse Waddenzeestrand met huisjes. Deze zijn exclusief voor Texelaars met een eigen huisje en een vergunning. Er zijn meer strandpalen die een deel van de ruimte exclusief voor eigenaren hebben gereserveerd. Je herkent die plekken meteen; geen enkele van de Pippi Langkousachtige hokjes is hetzelfde en als je er langs loopt voelt het als een buurtje-buurtje. Als je een Texelse huisjeseigenaar kent, vraag dan of je een keer gebruik mag maken van zijn plek. Je weet niet wat je meemaakt.

Genieten van een meegebrachte maaltijd en wachten tot je de zon in zee ziet zakken.

Genieten van een meegebrachte maaltijd en wachten tot je de zon in zee ziet zakken.

Boven alles is er het praktische genot van zo’n zomerse plek aan zee.

U sjouwt de spullen er één keer naartoe en daarna heeft u de rest van het seizoen uw handen vrij. Als ik een vader in de weer zie met uitschuifstokken, scheerlijnen en klapperend tentzeil terwijl een hond tegen zijn uitpuilende strandtas …, dan voel ik mezelf een geluksvogel.

Ik las in de krant dat in Zeeland de permanente strandhuisjes oprukken. Vakantiehuisjes waar je dus ook mag slapen. Op Texel mag dat officieel (…) niet. De Zeeuwse kolossen staan op palen, zodat het woeste winterweer er geen vat op krijgt.

Ik moet er niet aan denken; hutjemutje naast elkaar. Zoals hier, op het Zeeuwse strand.

Ik moet er niet aan denken; hutjemutje naast elkaar. Zoals hier, op het Zeeuwse strand.

Verdubbelt zo’n jaarronde strandbeleving het geluk? Nee, nee, nee! Ik vind het verschrikkelijk. Waarom? De magie van het strandhuisje zit hem voornamelijk in die kneuterigheid. Provisorisch gemonteerde haakjes, kastjes en planken. Het feit dat het huisje onmiskenbaar is verbonden aan dat heerlijke gevoel van de zomer. Dat je tijdens het eerste, vroege voorjaarszonnetje als een gek kunt verlangen naar je hokje aan de voet van het duin. De Zeeuwen slaan wat mij betreft de plank mis met deze massaproductie. Bovendien hebben de bedenkers niet geluisterd naar de mensen die zo houden van dat stuk Zeeland: het zijn voornamelijk Belgische toeristen, die de massa en hun eigen, met beton dichtgebouwde kust ontvluchten.

Mijn kneuterige, houten strandhuisjesgeluk met hier en daar een tochtend kiertje, ik koester het na de mishit in Zeeland nóg meer.

Bouke Weber

Wellness bij Hotel Greenside Texel

De voor velen nog onontdekte catacomben van Hotel Greenside aan de rand van De Koog herbergen een vernieuwde en gerestylede Wellness. Hotel Greenside nodigt alle Texelaars en Texel-gangers  uit die verlangen naar ontspanning in de sfeer van een warme, zomerse stranddag uit om de proef op de som te komen nemen.

Wellness bij Hotel Greenside op Texel

Het uitzicht op het bijna levensechte beeld van een stuk Texels strand hebben we te danken aan fotograaf Ruth de Ruwe.

Waarom de vernieuwing? Algemeen manager Bouke Weber: “Onze plek in de top 25 van de beste hotels volgens Tripadvisor en de titel ‘beste hotel van De Wadden’ inspireerde ons om ook de Wellness flink te verbeteren. Nu zijn ze op hetzelfde luxe niveau van onze kamers en de andere faciliteiten. Daarnaast zien we dat er bij Texelaars en de Texel-gangers die niet in hotel Greenside verblijven, veel behoefte is aan een plek waar je in een klein gezelschap kunt ontspannen en genieten van Wellness. Voilà, hierbij.”

Zeepokken en strandpalen

De wellness bij Hotel Greenside ademt in alles de sfeer van het strand en bijzondere Texelse plekjes. Het strakke tegelwerk hebben de makers afgewisseld met houtdelen van Texelse strandpalen. Bouke: “Gerjan Hebers, onze hotelmanager, heeft ze zelf in de lengte doorgezaagd en bevestigd. Op sommige stukken zie je zelfs de zeepokken nog zitten. Het uitzicht op het bijna levensechte beeld van een stuk Texels strand hebben we te danken aan fotograaf Ruth de Ruwe.”

Gerjan Hebers, onze hotelmanager, heeft ze zelf in de lengte doorgezaagd en bevestigd.

Gerjan Hebers, onze hotelmanager, heeft ze zelf in de lengte doorgezaagd en bevestigd.

Beruchte emmer met ijskoud water

Wat vindt de Wellness-liefhebber in de prachtige ruimte onder Hotel Greenside? De Boet Sauna, een Finse sauna met hooibloemengeur werkt ontspannend en stimuleert de weerstand. In de Dennensauna wanen gasten zich liggend in het Texelse bos, terwijl de spieren zich ontspannen en de bloedsomloop een boost krijgt. De Duindoorn is een heilzaam en fruitig geurend stoombad dat zowel voor je luchtwegen als huid voelt als een verademing. In de doucheruimte met puls-, regen- en stortdouche kunnen mensen de spanning van zich afspoelen. Onder de beruchte, met ijskoud water gevulde stortemmer, koel je ‘op zijn Scandinavisch’ af. Het watermassagebed biedt de keuze uit een intense of relaxte spiermassage. De zonnebank werkt dankzij de waterverneveling verkoelend, verspreidt op verzoek een verkwikkende geur en heeft een ingebouwde Mp3 speler.

Drie sauna's bij hotel greenside Texel

Drie sauna’s op een rij; de Dennensauna, de Boetsauna en de Duindoornsauna.

Heerlijk genieten in de wellness van Greenside

En wat kost dat allemaal wel niet? “Voor tien euro per persoon kunt u een paar uur gebruik maken van de ruimte. Afhuren is echter niet mogelijk. Daarna zijn mensen van harte welkom om nog een drankje te drinken bij de bar, om vervolgens met de blossen op hun wangen weer huiswaarts of richting hun hotelkamer te gaan. Heerlijk toch?”

Onder de beruchte, met ijskoud water gevulde stortemmer, koel je ‘op zijn Scandinavisch’ af.

Onder de beruchte, met ijskoud water gevulde stortemmer, koel je ‘op zijn Scandinavisch’ af.

Bezoek voor niet-hotelgasten is op zaterdagmiddag van 14:00 tot 19:00 niet mogelijk. Klik voor meer informatie over de wellness van Hotel Greenside.