De Zandkuil op de Hoge Berg

Het verlangen naar Texel (deel 2)

Verlangen naar bloeddorstige bewoners van Texelse Zandkuil

[ssba]

Het is weer begonnen. Het enorme verlangen naar Texel. Wat doen wij in de tussentijd? Wij brengen u in de sfeer Texelse verkenningstips. Waarschuwing: na het lezen van dit verhaal kan het verlangen naar Texel als bijna ondraaglijk worden ervaren…

Weet u waar het kleinste natuurreservaat van Nederland ligt? Nou? Midden op De Hoge Berg, in een kuil. Van zand. En we noemen het De Zandkuil.

Nou, Bouke, maak me gek van verlangen. Met een verhaal over zand. En een kuil. Wauw… Nou… eeeh… Voordat u oordeelt en afhaakt: het is in al zijn petieterigheid wel een heel leuk verhaal. Waarachter spannende verhalen schuilgaan.

Stelt u het zich eens voor. Je staat midden op De Hoge Berg. Het is een warme voorjaarsmiddag. Voor u ligt een kuil waar wilde bijen en wespen zoemend hun leven leiden.

Op Pinksteren is het Bossiesdag. Sinds mensenheugenis ging de Texelse jeugd naar het Doolhof.

Op Pinksteren is het Bossiesdag. Sinds mensenheugenis ging de Texelse jeugd naar het Doolhof.

Bloeddorstige bewoners

Om u een beeld te geven bij hoe het er aan toe gaat in deze ogenschijnlijk lieflijke gemeenschap met bloeiende planten en struiken: stelt u zich een woonwijk voor, waar alleen maar raddraaiers en egoïsten wonen. De mensen gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Stelen eten uit koelkasten, jagen de buurtkinderen met een luchtbuks uit de tuin. Als de buurman naar zijn werk is, pikt de buurvrouw zijn huis in. De postbode dropt de post aan het begin van de straat en de Texelse Pakket Dienst levert met doorgeladen Kalasjnikov’s de pakjes af. Het leven bestaat uit over je schouder kijken en oppassen voor alles wat beweegt.

Oorlogszuchtige egoïsten

Dat is zo ongeveer wat zich – in het klein – afspeelt in De Zandkuil. Want grotere, oorlogszuchtige egoïsten dan de wilde bijen en wespensoorten die hier leven – biologen noemen het tactisch solitaire dieren – bestaan er niet. Alles draait om zoveel mogelijk eten voor jezelf bij elkaar graaien, stelen, je eitjes leggen, kinderen grootbrengen ten koste van andermans kroost en het met grof geweld inpikken van een huis dat een ander insekt met bloed zweet en tranen voor zichzelf bouwde.

Leipe plek

Jac. P. Thijsse, een beroemd natuurliefhebber uit de negentiende eeuw, was verknocht aan deze leipe plek. En elk jaar werkt insektendeskundige van het Leidse museum Naturalis Ben Brugge, zich een paar dagen vol liefde in het zweet om deze woonwijk from hell vrij te houden van bomen en grasplaggen weg te steken. Zodat de 50 soorten vliegende etterbakken die de Zandkuil telt, op een zonnige plek en in warm zand hun nest kunnen bouwen en elkaar onbekommerd dwars kunnen zitten. Schitterend toch?

Jac. P. Thijsse (1903) “Het is de mooiste van al mijn kuilen”

Jac. P. Thijsse (1903) “Het is de mooiste van al mijn kuilen”

Mondaine havenplaats

De kuil is ontstaan door afgravingen. Een aantal wegen op de Hoge Berg was er aan het einde van de zeventiende eeuw zo beroerd aan toe, dat er duizenden kilo’s zand nodig waren om de boel weer een beetje begaanbaar te maken.

Was het dan zo druk daar op die wegen? Ja, behoorlijk, want het dorpje een beetje ten noordoosten van De Hoge Berg, Oudeschild, was in de zeventiende eeuw een mondaine havenplaats waar grote VOC-zeilschepen en oorlogsschepen (Nederland ging in die tijd bijvoorbeeld niet zo lekker met de Engelsen, die op een gegeven moment ook weer tegen ons samenspanden met de Fransen …) voor anker gingen.

De Rede van Texel heeft vier eeuwen lang een belangrijke rol vervuld in de maritieme geschiedenis.

De Rede van Texel heeft vier eeuwen lang een belangrijke rol vervuld in de maritieme geschiedenis.

Superwater

Waarom gooiden ze uitgerekend in de luwte van Oudeschild de ankers uit? Dat had alles te maken met het extra lang houdbare, ijzerrijke water dat onder het zand van De Hoge Berg doorstroomt. Bij Oudeschild kon dit vanuit putten en via slootjes richting de schepen worden vervoerd. Het was een heel gedoe, maar de bemanning had veel over voor dit superwater. Ideaal spul om van in leven te blijven, als je wekenlang onderweg was naar bijvoorbeeld het Zuid-Afrikaanse handelswalhalla Kaap de Goede Hoop.

Bovendien bood de aanmeerplek uitstekend uitzicht op het zeegat. Elk pietepeuterig rotbootje dat aan kwam varen, kon je van daaruit direct zien. In deze oorlogszuchtige, rommelige tijden was iedereen op zijn hoede. Bij Oudeschild waanden de woeste zeelui zich dus héél even relatief veilig.

De Wezenputten: Door het hoge ijzergehalte was het water uit de Wezenputten langer houdbaar dan water dat elders werd ingenomen.

De Wezenputten: Door het hoge ijzergehalte was het water uit de Wezenputten langer houdbaar dan water dat elders werd ingenomen.

Michiel de Ruijter

Er liggen op De Hoge Berg trouwens nog veel meer spannende verhalen voor het oprapen. Volg voor de grap eens de route van De Gouden Driehoek. U komt erachter waar Michiel de Ruijter wel eens sliep en zijn oorlogsstrategieën uitdacht. Na deze ontdekkingstocht verlangt u ernaar om, als is het maar een paar uurtjes, terug te gaan naar die fantastische en tegelijkertijd levensgevaarlijke Gouden Eeuw (een soort van Zandkuil, maar dan in het groot, ha ha…).

De bosjes in

Voordat u aan die Gouden Driehoekroute begint… Duik eens de bosjes in naast De Zandkuil. Deze vreemde plek, een plotseling opdoemend mini-bos temidden van een redelijk kaal en met tuunwallen gequilt landschap, is een leuke plek om even de boterham op te eten of rond te wandelen. Texelaars noemen deze plek Het Eikebossie, Het Doolhof of De Vijf Pannenkoeken. Pannenkoeken? Ja. De houten boomstronken die dienst doen als traptreden naar een gigantische zetel op het hoogste punt van het bosje, zien eruit als pannenkoeken, vinden sommigen.

Afgelopen zondag was ik er zelf, in Het Doolhof. De lente is in aantocht. Heerlijk.

Afgelopen zondag was ik er zelf, in Het Doolhof. De lente is in aantocht. Heerlijk.

Ik wens u een heel vurig verlangen naar Texel en heel veel nieuwsgierigheid toe. Volgende keer vertel ik u onder andere over het mysterie van het onderkelderde strandhuisje.

Bouke Weber