Knuffelen met een Corsicaan.

Zes inzichten over het Texelse Dennenbos

Erik van der Spek is de eilandboswachter. Voor hem is het bos een serieuze aangelegenheid. Met een rechtlijnige kijk op de zaak en een feitenkennis waar je u tegen zegt, neemt hij me mee op wandeltocht door de Texelse Dennen. Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan. Al dribbelend heb ik zes inzichten voor u op papier gezet.

Dat bos had groter moeten worden

Onland was het. Een ‘skitterend Tessels woord’ voor een gebied waar je niets zinnigs mee kunt. We hebben het over De Dennen, toen het nog geen bos was. Maar een woeste, glooiende vlakte. Nu, 120 jaar nadat arbeiders er de eerste boom plantten, houden we van dit stuk Texel, waar Staatsbosbeheer heer en meester is.

Erik van der Spek, boswachter bij Staatsbosbeheer en bijenkenner.

Erik van der Spek, boswachter bij Staatsbosbeheer en bijenkenner.

 

De Dennen hadden groter moeten zijn. Enthousiastelingen wilden het liefst een bos zien dat zich uitstrekte tot de eerste duinen bij Polder Eierland, net buiten De Koog. Van der Spek: “Het staat niet exact beschreven waarom het niet is doorgegaan.” De serieuze boswachter wijst ons op het Minpad. En een feitelijk foutje. “Min was de eerste Texelse boswachter. Naar alle waarschijnlijkheid had hij de leiding over de bosbouw. Hier staat dat hij tot 1912 leefde, maar dat moet 1914 zijn.” Wat vaststaat, is dat hij niet meer leeft. Anders hadden we hem ongetwijfeld het hemd van het lijf gevraagd. Misschien had hij dat klimbos al in zijn hoofd, waarover wij al jaren bakkeleien…?

De mountainbiker kan er niets aan doen. Het is de adrenaline die hem stuurt

De mountainbikers die we al na zeven minuten tegenkomen op een voor hen illegale plek bij uitkijktoren De Fonteinsnol, op nog geen twee minuten van het Minpad, ontsnappen niet aan het scherpe oog van boswachter Van der Spek. Ze komen dit keer weg met een mild ‘Heren, zoeken jullie de juiste paden weer op?’ Als hazen verdwijnen ze richting de bosrand. Van der Spek: “Adrenaline en zo’n fiets maken soms dat je gekke dingen doet.”

Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s.

Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s.

Aha.

Daarom schreeuwen mountainbikers soms ‘*piep*hond’ tegen honden en ‘opsodemieteren’ tegen wandelaars, die op de wandelpaden lopen. Het is de adrenaline die hen als bloedhonden voortjaagt. Vechtend tegen de overtollige kilo’s. Op de vlucht voor zondagochtendgezelligheden met schoonfamilie of de zaterdagse boodschappenronde.

Laten we mild zijn voor deze opgejaagde soort.

3 De uitkijktoren bij de Fonteinsnol zou eigenlijk van beton worden

Wat veel mensen niet weten: ook toen De Dennen nog volop werden gebruikt voor de houtproductie, waren er al mensen die recreëerden in het bos. Deze uitkijkplek was een stek uit duizenden.

In de tijd dat het bos nog lage aanplant was, had je aan de heuvel (de Fonteinsnol waarop de uitkijktoren staat) genoeg om tot aan Den Hoorn of het Noordzeestrand van Paal 15 te kunnen kijken.

Toen het bos volwassen werd en sommige dennenbomen wel tien meter hoogte bereikten, was er meer nodig dan alleen een duin, om de wandelaars van een mooi uitzicht te voorzien. Staatsbosbeheer riep ondernemers op om met een plan te komen. Een plan voor een uitkijktoren.

Meyert Boon was een aannemer uit De Cocksdorp, met een voorliefde voor beton. Hij bedacht bijvoorbeeld beton dat bleef drijven op De Roggesloot. Om mensen de laten zien, dat het materiaal helemaal niet zo inflexibel was als iedereen dacht. Meyert kwam met een voorstel voor een uitkijktoren. Van beton. Uiteraard

Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan.

Als een leergierige snuffelstagiair loop ik achter de getrainde boswachter aan.

 

Zijn ontwerp was veruit het mooiste, alleen de traditionele boswachters, hardnekkige houtliefhebbers, zagen het materiaal toch niet zo zitten. Betonman Meyert streek zijn hand over zijn hart en veranderde het ontwerp zo, dat het ook in hout te bouwen was. Het resultaat hiervan ziet u nu nog staan.

Toen het bos nog een productiebos was en niet alleen een plek om te genieten, werd het hout het vaakst verwerkt tot planken die mijnen stutten. Waarom was dennenhout daarvoor zo geschikt? Ruim voordat het hout bezweek onder het gewicht, waarschuwde het van nature krakende dennenhout de mijnbouwers. Dan was het tijd voor vervanging. De 35 jaar oude uitkijktoren op de Fonteinsnol is gemaakt van Larixhout. Dat is dennenhout. Check.

 4 De namen van de bospaden: iedereen doet maar wat

Alle bospaden zijn min of meer veldnamen. Titels die ze ter plekke kregen van mensen die naarstig op zoek waren naar ankerpunten in het woeste gebied. Praktische mensen. Romantische mensen. Of mensen die graag hun naam op bordjes terugzien. Boswachter Van der Spek: “Er is niets officieels aan, ze zijn gewoon ontstaan.” Zo leidt de Paradijsweg naar het Paradijs. De pachter van deze open plek in het bos die ooit een akker was, beschouwde dit stuk als zijn paradijs.

Ik snapt die pachter van toen wel. Dit stuk bos is écht een paradijs

Ik snapt die pachter van toen wel. Dit stuk bos is écht een paradijs

Het pad dat ik altijd Hazenpad noem, heet eigenlijk het Kattenbos. Bowachter Van der Spek legt in dit rommelige bosje uit waar deze naam vandaan komt: “Een kattenbos is een ander woord voor een stuk bos waar je eigenlijk niet zoveel mee kunt. Onooglijke bomen, lage struiken; een slecht bos.” Ik vind hazenpad toch leuker.

Nog een paar namen:

-Nattevlakweg: de weg die is aangelegd om materieel en mensen over te vervoeren, tijdens het ontwateren van het bos. Dat water moest in rap tempo richting de omliggende polders en gewassen!
-Turfveld: veel mensen denken dat op deze halfopen plek langs de weg naar Westerslag ooit turf is gestoken. Niets is minder waar, want op Texel leent de bodem zich daar totaal niet voor!

Maar hoe zit het dan wel? De bomen op dit stuk terrein kregen bij aanplant allemaal een stuk natte turf bij hun wortels ingegraven. Dankzij deze natuurlijke bidon overleefde de kwetsbare jonge boom de eerste maanden op dit gortdroge stuk grond. In de oorlog was er een gebrek aan brandstof voor verwarming. Toen werden de bomen, inclusief hun turfbaal, uitgegraven. Veel mensen noemen dit stuk bos ook het patatjesbos. Vanwege de snackbar (die weer Het Turfveld heet). Wie weet heet het over 100 jaar wel het Patatjesbos en rept niemand meer over het Turfverhaal.

-Ploegelanderweg: Ploeg was een pachter van het ‘landje’ naast de weg. Spannender kan ik het niet maken. Sorry.

Dit bankje staat links van het pad dat u inloopt als u het Turfveld letterlijk achter u laat liggen. Medewerkers van zorgboerderij Novalishoeve maakten dit bankje en andere die u elders in het bos vindt, speciaal voor Staatsbosbeheer.

Dit bankje staat links van het pad dat u inloopt als u het Turfveld letterlijk achter u laat liggen. Medewerkers van zorgboerderij Novalishoeve maakten dit bankje en andere die u elders in het bos vindt, speciaal voor Staatsbosbeheer.

 5 Oostenrijkers hebben steil haar en Corsicanen kroeshaar.

Kijkt u wel eens naar boven, als u in het bos loopt? Dat moet u eens doen. Dan herkent u de Corsicaanse en Oostenrijkse den. Hoe? De Oostenrijkse den zijn naalden liggen keurig recht, naast elkaar. De warrige inplant van de Corsicaanse den doet je denken aan een lange, dunne man met kroeshaar. Komen de bomen ook echt van Corsica en uit Oostenrijk? Nee. Alle bomen zijn op Texel gekweekt. Daarmee is het Dennenbos een echt Texels product.

 6 Je kunt in principe ook met dénnen knuffelen.

Een uur ronddwalen door een bos en door alle verhalen die ik niet kende, het gevoel krijgen dat ik voor het eerst op een plek ben. Terwijl ik er al tien keer bent geweest. Dat doet iets met me, snapt u? Dus op het moment dat we een gigantische dennenboom tegenkomen waar mijn gezin en ik al tien keer gedachtenloos langs zijn gelopen, vouw ik mijn armen rond de ruwe bast, en fluister: ‘Sorry jongen, dat je me nooit eerder bent opgevallen.’

Van der Spekt kucht. Oh ja. Dat is waar ook. Het bos is een bloedserieuze zaak. Terwijl de strenge boswachter verder beent, dribbel ik erachter aan. Of het nu een Corsicaan was of een Oostenrijker, waarmee ik knuffelde… ik weet het niet meer.

Deelt u uw boservaringen hieronder nog even met ons? Dat zou ik leuk vinden.